Zie ook "reisadvies"
Pas
sedert 1972 wordt het toerisme in Ecuador actief bevorderd. Het Nationaal
Instituut voor het Toerisme stelde een ontwikkelingsplan op. Tot dan bezochten
jaarlijks nauwelijks 40.000 buitenlanders Ecuador, voornamelijk andere
Zuid-Amerikanen.
In
1977 krijgt het plan concrete gestalte en wordt de hotelaccommodatie drastisch
verbeterd en uitgebreid.
In
1986 bezochten 250.000 buitenlanders het land en in 2000 steeg het aantal naar
500.000 en in 2001 naar 700.000. Daarmee bereikt Ecuador lang niet
het aantal toeristen als Mexico (4,6 miljoen) of Brazilië (2 miljoen), maar
bereikt wel het aantal van Peru. Terwijl de buurlanden Peru en Colombia elke dag
de kronieken van politiek geweld halen (guerrilla, repressie, ontvoeringen,
moord, drugproblemen...) blijft Ecuador een "braaf" en rustig landje.
Ecuador
heeft weliswaar geen Machu Picchu of andere impressionante Inca-overblijfselen
(met uitzondering van de Ingapirca-ruïnes) toch biedt het land enorm veel
toeristische mogelijkheden. Er zijn prachtige stranden in Punto Carnero, Salinas
en Playas in de omgeving van Guayaquil. Sinds 1989 wordt de kust in het noorden,
nabij Esmeraldas, van een toeristische infrastructuur voorzien. De kusten van
Ecuador zijn ideale plaatsen voor sport- en diepzeevisserij.
Vanaf
1969 worden ook tochten georganiseerd naar de Galapagoseiland, het "venster
op de evolutie", maar het aantal toegelaten toeristen is beperkt tot 12.000
per jaar omwille van de bescherming van dit kwetsbaar natuurgebied.
Het
landschap van de Sierra vormt een onvergetelijke aanblik met zijn alom zichtbare
vulkaantoppen en leent zich uitstekend voor de beoefening van bergsport.
Vanuit
Misahualli, een rivierdorpje nabij Tena dat de "poort van de Amazone"
wordt genoemd, kunnen tochten gemaakt worden in het grootste tropisch regenwoud
ter wereld. Indrukwekkender is een excursie naar het het nationaal park van
Cuyabeno vanuit Lago Agrio.
Men
kan de koloniale architectuur van Quito bewonderen: de Companiakerk, de Santo
Domingokerk, het San Franciscoconvent... Ook in het moderne Quito valt een en
ander te zien: de fabuleuze collectie pre-Columbiaanse kunstwerken in het Museo
del Banco Central, la Casa de Cultura (schilderkunst, muziekinstrumenten,
folklore...), de Calle Roca met zijn bijzonder eigenaardige huizen...
Bijna
speciaal voor de toeristen opgericht, is het monument "La Mitad del
Mundo" (het midden van de wereld) dat vlak op de evenaar staat en waarin
zich een uitstekend museum bevindt over de verschillende Ecuadoraanse
indianengemeenschappen met hun typische klederdracht. Bij "Mitad del
Mundo" kun je met één been in het zuidelijk halfrond staan, met het ander
in het noordelijk. De Franse graaf Charles de Contamine sloeg er meer dan 250
jaar geleden triomfantelijk een paal in de grond, nadat hij dagenlang met kompas
en sextant de sterrenhemel had bestudeerd om uiteindelijk het midden van de
aarde te vinden. Trouwens, de naam van het land wordt naar de evenaar genoemd
(in het Spaans "el ecuador").
Maar
er zijn vooral de pittoreske indiaanse dorpjes en de kleurrijke markten.
Toeristen ontdekken er de indiaanse weefkunst, niet alleen op de beroemde
artisanale markt van Otavalo waarvan de weefsels en tapijtjes tot in Europa
bekend zijn. Ontdekken is hier het juiste woord, want bijna elk dorp, elke
gemeenschap, elke regio heeft zijn eigen kunst, zijn eigen kleuren, zijn eigen
artisanaat, zijn eigen markt. De volkskunst en -cultuur is bijzonder levendig in
Ecuador. Het houtsnijwerk van San Antonio de Ibarra, keramiek van Pujili, de
toquillas of strohoeden van Cuenca en Jipijapa, de fijne broderie en zilveren
filigraanwerk van Gualaceo en Chordeleg, de broodfiguurtjes van Calderon, veel
wolproducten en houtsnijwerk... en natuurlijk ook de tzantzas, de
schrompelhoofden die de Jivaro-indianen destijds zo beroemd maakten toen zij de
hoofden van hun vijanden als krijgstrofee aan de wand nagelden. Natuurlijk
worden ze nu uit geiten- of apenvel gemaakt, als gevolg van het feit dat de
leverancier van het "grondmateriaal" thans twintig jaar tuchthuis
riskeert. Toch écht genoeg om er je nichtje of neefje een pleziertje mee te
doen.
Ecuador
is ook het land van de fiestas en de peñas. De kleurrijkste carnavalfeesten
worden gevierd in Quito, Esmeraldas, Riobamba, Cuenca, Guaranda en Salinas. Er
zijn veel religieuze feesten, al dan niet gepaard gaande met folklorefestivals.
De bekendste zijn: het Corpus-Christifeest in Pululi, het Mama Negra-feest in
Latacunga, het bloemen- en fruitfeest in Ambato, het feest van San Juan in
Otavalo en van San Pedro in Cayambe, de Fiesta de la Chonta in het zuidoosten,
de Pases del niño in Cuenca, het Morenos-feest van de zwarten in Esmeraldas.
Ook
de muziek is bijzonder levendig en gevarieerd. Er is niet alleen de typische
Andesmuziek, maar ook de Afrikaans geïnspireerde marimbamuziek in Esmeraldas.
In de meest dorpjes vindt men uitstekende muziekgroepjes die een waaier van
instrumenten bespelen: gitaar, charango (gemaakt met het schild van een
gordeldier), viool, hoorn, panfluit, pingullo, ocarina, zampolla, queña,
pinkillo... tot het blad van de capuli.
Alle
mogelijke gemoedgesteldheden worden in de muziek en de dansen vertaald: de
melancholische Ecuadoraanse pasillo ("ombres") en yavaries, de
vrolijke cumbias, sanjuanitos, pasacalles, alzas, albazos, cachullapis...
Dan
is nog niets gezegd over de gastronomische variatie, over de rijke legenden en
inheemse botanische farmacologie, evenmin over de moderne kunst en literatuur.
De toerist wordt uiteraard ook met heel wat problemen geconfronteerd. Van
"gringos" wordt stilzwijgend verwacht dat ze niet karig zijn met hun
lof over de voortreffelijkheid van het land. Een Fransman heeft soms de naam een
chauvinist te zijn, maar een Ecuadoraan leeft in "la mitad del mundo".
Als het even kan doe je er best aan elke vorm van kritiek te vermijden. De
mensen weten zelf maar al te goed wat er zoals aan schort! Als de Ecuadoranen
dan zelf beginnen hun tekortkomingen op te sommen, is het aan jou om hen tegen
te spreken en erop te wijzen dat je zoveel pluspunten kunt opsommen: de beste
pisco (druivenbrandewijn), de kleurrijkste markten, de heerlijkste camarones;
terwijl het in België' veelal motregent, de mensen in de steden hun buren nog
nauwelijks kennen en van peñas geen kaas gegeten hebben.
Wie
meer informatie wenst over het toerisme als economische sector, verwijzen we
naar een brochure die vzw. Esmeraldas publiceerde:
We
beëindigen dit hoofdstukje over het toerisme met een uittreksel uit een
reisverslag:
De
zaterdagmarkt van Otavalo is een trekpleister vanwege de vele kleurige
tafereeltjes met fotogenieke indianen, die uit de omliggende dorpjes Peguche,
Iluman en Quinchuqui van in de vroege uurtjes naar de markt afzakken. Al van
voor een haan de kans krijgt te kraaien, versjouwt een massa volk, net als
mieren, allerlei lasten door de nog stikdonkere straatjes. Er zijn drie markten.
De veemarkt, die al om acht uur afgelopen is, en even de moeite waard is als de
markt waar groente- en fruitpiramides je filmrolletje er in een mum van tijd
doordraaien. De artisanaatsmarkt is onbetwist de mooiste van heel Ecuador. Elke
buitenlander is erop gebrand wat souvenirs op de kop te tikken, omdat hij denkt
voordeliger te zijn in een klein provinciestadje. De marktlui hebben dat
natuurlijk al lang in de gaten en verhogen stilzwijgend hun prijzen met een
"folkloretoeslag", zonder het advies van een prijzencommissie af te
wachten. De toerist is ook niet van gisteren, heeft in zijn gids de raad gelezen
"to bargain hard". Overigens, wie de gevraagde som zonder meer
betaalt, doet het zichzelf aan. Hij wordt niet voor vol aanzien. De vraagprijs
van de handelaar is enkel bedoeld als uitgangspunt voor discussie, best
vergelijkbaar met de looneisen van de syndicaten bij ons. Wie zonder aarzelen de
sucres meteen neertelt, bewijst daarmee dat hij lichtvaardig omspringt met de
zuurverdiende duiten en diskwalificeert zodoende zichzelf.
Het
allereerste wat je nodig hebt is tijd. Veel tijd, om het spelletje mee te spelen
volgens een vast stramien. Het truckje is eenvoudig: je ziet iets interessants,
maar je doet alsof je belangstelling naar iets anders uitgaat. De man achter het
kraam doorziet dit manoeuvre natuurlijk en past zijn prijs aan. Gewoonweg omdat
je buitenlander bent, komt er 50% bij. Dan wijs je maar wat in het rond, links
en rechts, waarbij je ook het gewenste artikel aanduidt. "Cuantos?",
vraag je, vooral niet té geïnteresseerd. Je doet alsof je schrikt bij het
horen van de prijs en je gaat mompelend weg. Na een kwartiertje kom je
slenterend terug. Vooral niet te gehaast! Intussen is de prijs met 20% gedaald.
Moment om te beginnen afpingelen. Er gaat nog eens 10% af, waarbij de Otavalo
laat doorschemeren dat dit wel het laagste "vriendenprijsje" is, dat
het leven ook voor hem zo duur is, dat hij er nu al niets meer aan overhoudt.
Dan
moet je allerlei tekortkomingen beginnen ontdekken: het is nogal mat van kleur,
de wol is niet overal even regelmatig geweven... Uit louter
opofferingsgezindheid ten opzichte van zijn pas verworven vriend, is de man
bereid er nog ietsjes af te doen. Als je vraagt er nog een pak af te doen, krijg
je een aangrijpende scène waarin de kramer de ondergang van zijn hele gezin
nabij ziet. Je komt tot een compromis: de prijs tussen jouw minimumbod en zijn
laatste prijs. De zaak is beklonken. Beide opposanten zijn nu in een opperbeste
stemming. Je weet dat hij er nog genoeg aan verdient, want je hebt maar betaald
wat een plaatselijke inwoner zou gegeven hebben, en je hebt het verheven gevoel
een uitstekende koop te hebben gedaan.
Op
Ecuadoraanse markten zou je dagen lang genoegen kunnen beleven, tot je laatste
pegulanten zijn uitgegeven. Jammer dat in onze warenhuizen in België deze
nationale sport van het afbieden niet bedreven wordt. (Uit een reisverslag).
Wie
van reisverhalen houdt, verwijzen we naar twee bundels die vzw Esmeraldas
publiceerde: "Met de wawa door de Sierra" (2 delen, het eerste deel
gaat over verschillende Latijns-Amerikaanse landen, het tweede over een 10-tal
reizen naar Ecuador).
We verwijzen ook naar de cd-rom "Encyclopedie van Ecuador", waarop tientallen reisverslagen staan.
Voor Belgen volstaat een reispaspoort dat
nog minstens zes maanden geldig is. Bij binnenkomst kan een toeristische
verblijfsvergunning voor 90 dagen bekomen worden. In de praktijk wordt echter
een stempel voor 30 dagen gegeven.
De munteenheid was tot in 2000 de de sucre. De naam komt van Jose de Sucre die de Spanjaarden definitief versloeg (XIXe eeuw), en niet van "azucar" (die men in de koffie doet)!
In
2000 werd het land gedollariseerd en verdween de sucre uit circulatie.
De Amerikaanse dollar is dus de munt geworden. Travellers' cheques kunnen alleen in
de steden gewisseld worden. In grotere hotels en restaurants worden Visa en
Maestro als
betaalkaart aanvaard.
Voor
de bezienswaardigheden verwijzen wij naar de vele reisgidsen die over Ecuador
gepubliceerd werden. De beste is ons inziens de "Survival Kit" van
Lonely Planet. De beste Nederlandstalige is het "Reishandboek Ecuador en
Galapagos" uitgegeven door Elmar, en de nederlandstalige versie van de
Insight Guide (goed voor achtergrondinformatie).
Het officieel toeristisch informatie-agentschap is CETUR, dat in de meeste steden een kantoor heeft.
Merken we op dat vzw. Esmeraldas jaarlijks, vanaf maart tot juli, geregeld toeristische informatiedagen organiseert op zaterdagnamiddagen. De inkom is gratis.
In
de steden is het hotelaanbod ruim, gaande van heel luxueuze hotels tot pensions
waar voor 2 dollar kan overnacht worden. Ook gastronomisch is er voor elke beurs
wat wils. Zelfs de volkskeuken heeft zijn specialiteiten: humitas of maïs-tamals,
llapingachos (omelet van aardappelen en kaas), cuy (gebraden Guinees biggetje,
een delicatesse bij de indianen in de Sierra), locro (soep op basis van
aardappelen, kaas en vlees), een andere stevige soep is caldo, lechon
(varkensvlees). Wil je een biefsteak op tafel, dan vraag je best een churrasco
of een parrillada (grill). Aan de kust moet je vis eten, tonijn bijvoorbeeld!
Zeer apart en lekker zijn de ceviches (in limoensap gemarineerde vis,
langoustines of garnalen). Bij gerechten worden aardappelen, rijst of tallarines
(deegwaren) geserveerd. In heel Ecuador vind je ook chifas (Chinese
restaurants), maar daarvoor moet je niet zo ver! De keuken is niet hot, zoals de
Peruaanse picanterias.
En
wat drink je erbij? Vraag geen mineraal water, maar een Güitig (uitspraak:
gweetich). De alom gekende softdrinks zijn uiteraard in Ecuador te vinden, zelfs
in de verste dorpjes in de jungle. Proef liever de verse jugos (fruitsap): mora
(braambes, een specialiteit in Otavalo waar je ook van een mora-taart kan
genieten), naranja (sinaasappel), toronja (pompelmoes), piña (ananas;
fijnproevers zeggen dat Ecuador de beste ter wereld heeft), maracuya
(passievrucht), papaya... Vraag de jugos "sin hielo" (zonder ijs) als
je 's anderendaags liever geen diarree hebt.
Het
lijkt wel een contradictie, maar in een koffieland als Ecuador is het moeilijk
een lekker "bakje troost" te vinden: meestal serveert men oploskoffie,
want de beste koffie is bestemd voor de export! En als slaapmutsje? De meeste
grote buitenlandse merken van spirits vind je wel, maar ze zijn duur. Een vijfde
goedkoper zijn de aguardientes, rum, zelfs pisco (die de Peruaanse pisco kan
evenaren). Ecuadoraanse wijn bestaat, maar wijnliefhebbers vinden hem niet
drinkbaar en verkiezen een Chileens wijntje (die de Franse kan evenaren). En
zijn er pintjes in Ecuador? Jawel, het nationale bier heet "Pilsener"
of "Club".
De
levensduurte is voor Europeanen goedkoop. Jongeren, low-budget-reizigers en
trekkers kunnen met 10 dollar per dag ruim rondkomen. Doorgaans is alles er veel
goedkoper dan in België, behalve wat geïmporteerd wordt.
Inentingen
zijn niet verplicht, hoewel - afhankelijk van de regio die men bezoekt -
inentingen of preventieve maatregelen aan te raden zijn tegen malaria
(Esmeraldas, Oriente), gele koorts, tyfus, hepatitis. Het drinken van
leidingwater kan riskant zijn. Op hoogten boven de 2.500 meter kunnen hoofdpijn,
duizeligheid en ademhalingsmoeilijkheden de eerste dagen hinderlijk zijn. Een
plaatselijke remedie daartegen is het drinken van een mate de coca, een coca-thé
(die verder niets met drugs te maken heeft).
Vluchten
vanuit Brussel: via Madrid (Iberia, Avianca); via Parijs (Air France, Avianca);
via Frankfurt (Lufthansa, Avianca); via Amsterdam (KLM).
Een
andere mogelijkheid is via Londen, New York of Miami te vliegen en er een
aansluiting te nemen naar Ecuador. Bijvoorbeeld met Continental Airlines.
De prijs Brussel-Quito heen en terug (economic class) lag in 1999 rond de 1.000 dollar. Buiten het hoogseizoen zijn er de jongste jaren promoties (Iberia, KLM, Continental enz.) voor minder dan 570 €.
Sommige reisagentschappen
organiseren groepsreizen naar Ecuador en de Galapagos. Raadpleeg je reisagent,
of contakteer vzw Esmeraldas.
Ecuador heeft een efficiënter
transportsysteem dan de andere Andeslanden. In heel het land is het netwerk van
openbaar vervoer vrij uitgebreid, met een hoge frequentie... en voor Europeanen
spotgoedkoop, maar meestal overvol. Een busrit van Quito naar Guayaquil
bijvoorbeeld (8 uur reizen) kost minder dan 5 dollar. Voor lange afstanden mag
men rekenenen op ongeveer een dollarcent per kilometer (prijzen in 2000).
Taxi's vragen ongeveer twee dollar voor een normale stadsrit. Binnenlandse
luchtvaartmaatschappijen (TAME is de belangrijkste) hebben vrijwel dagelijks vluchten
naar de voornaamste steden. Vanuit Quito zijn er vluchten naar Esmeraldas,
Tulcan, Lago Agrio, Coca, Macas, Cuenca, Tulcan, Guayaquil (8 per dag),
Portoviejo, Manta. Vanuit Guayaquil naar Cuenca, Machala, Salinas, Manta en naar
de Galapagos. Binnenlandse vluchten zijn in Europese normen relatief goedkoop.
Het
Ecuadoraanse spoorwegnet werd in 1982/83 ernstig beschadigd door overstromingen.
De "autoferro" tussen Ibarra en San Lorenzo rijdt niet meer. Op de
spoorlijn tussen Riobamba en Duran (Guayaquil) zijn er wegens grondverzakkingen
geregeld onderbrekingen van het spoorverkeer.
Autostop
gaat redelijk vlot in Ecuador, de chauffeur verwacht wel een propina (fooi)!
Het klimaat varieert naargelang de streek
en de hoogte. Het beste seizoen om het land te bezoeken is van juni tot
augustus. Lichte kledij aan de kust, warme in de Sierra. Ter plaatse kunnen
wollen pulls bij de vleet gekocht worden. Door de ligging op de evenaar zijn de
dagen en nachten het hele jaar door even lang (rond 6 uur wordt het donker).
Quito heeft wel een eeuwig lenteklimaatje, maar na zonsondergang wordt het fris.
Met Spaans kan je overal terecht. De
meeste indianen zijn tweetalig (Quechua en Spaans). Met Engels geraak je niet
ver in Ecuador. Zelfs universiteitsstudenten hebben meestal een povere kennis
van het Engels.
Briefwisseling:
post van of naar Quito en Guayaquil is een week onderweg als je naar de
hoofdpost gaat. Uit kleinere steden kan de post langer onderweg zijn, en vanuit
het platteland zelfs meer dan een maand!
Telefoneren
naar Europa kost zo'n 5 dollars voor 3 minuten. Het kan vanuit elk IETEL-kantoor
(nu Andinatel). Tot midden van de jaren ’90 was er een lange wachttijd, maar
tegenwoordig zijn het automatische toestellen, zodat men direct kan bellen. In
telefoonkantoortjes op het platteland kan de wachttijd voor een buitenlandse
verbinding een tijdje duren. Tegenwoordig kan men overal internetcafés vinden,
in alle steden en in sommige dorpen.
Hou er rekening mee dat er een tijdsverschil van 5 uur is met Greenwich Mean Time en 6 uur op de Galapagos. Als het in Europa zomertijd is moet men daar nog een uur bij tellen. Het verschil met België bedraagt dus 6 of 7 uur (zomertijd).
Media:
ondanks de kleine oppervlakte, zijn er dozijnen dagbladen. Weinig internationaal
nieuws (behalve over andere Zuid-Amerikaanse landen). In Quito zijn de
belangrijkste kranten El Comercio en Hoy, in Guayquil El Telegrafo en El
Universo. In beide steden is ook wel een Noord-Amerikaanse en Europese krant te
vinden.
Ecuador
heeft verschillende Tv-kanalen, die vooral Noord-Amerikaanse soap-feuilletons en
sport uitzenden. Het Tv-journaal is goed, maar beperkt zich meestal tot
nationaal nieuws en berichtgeving over andere Latijns-Amerikaanse landen.
Ecuador gebruikt het metrisch stelsel (ook
kilometers i.p.v. mijl).
Elektriciteit:
110 volt!
Wat breng je mee?
Liefst geen malaria. Wel wollen tapijtjes,
truien, keramiek, houtsnijwerk, lederwaren, zilverwerk, muziekinstrumenten...
Elke streek heeft zijn typisch artisanaat.
Waarschuwing
Hoewel veel minder gestolen wordt dan in
de buurlanden, is het aan te raden bagage, geldbeugel en fototoestel in het oog
te houden, vooral rond busstations en op markten. Door de ernstige economische
crisis waarin het land zit, is ook de criminaliteit aan het groeien.
Een
goede reisverzekering is geen overbodige luxe.
Nuttige adressen
Vanzelfsprekend is vzw. Esmeraldas in Gent
de meest geschikte plaats voor bijkomende informatie over Ecuador. Het is het
grootste Ecuador-centrum in de wereld, met meer dan 6.000 publicaties over het
land. Geregeld zijn er op zaterdagen toeristische informatiedagen.
Raadpleeg
ook de bladzijde op de homepage van Esmeraldas met hyperlinks naar interessante
websides over Ecuador.
Ecuadoraanse
ambassade in België: Louisalaan 363, 1060 Brussel. Tel. 02/644.30.50.
Belgische
ambassade in Ecuador: het adres veranderde in 2001: Avenida Republica del
Salvador 1082 y Naciones Unidas (WTC-toren). Tel. (02)2467.851 of (02)2467.852.
Merk op dat er voor Quito in september 2001 een cijfer (2) is bijgekomen.